Jeugdbescherming

Als ouders echt niet goed voor hun kinderen zorgen, kan een kinderrechter de benodigde zorg opleggen. Dit gebeurt als ouders grote problemen hebben of omdat het kind zeer moeilijk in de omgang is. De kinderrechter bepaalt op advies van de Raad voor de Kinderbescherming of een gezin hulp krijgt. De kinderrechter kan dan een 'maatregel opleggen'. Veel voorkomende maatregelen die de kinderrechter oplegt zijn: Ondertoezichtstelling en Voogdij.

Ondertoezichtstelling

De hulp van jeugdbescherming volgt onder meer na een Ondertoezichtstelling. De rechter spreekt een Ondertoezichtstelling uit en benoemt een gezinsvoogd om het gezin te begeleiden. Dit kan een jeugdbeschermer van Bureau Jeugdzorg zijn. Het kind blijft in de meeste gevallen thuis wonen. De ouders blijven verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van het kind. De gezinsvoogd komt helpen bij die opvoeding. Deze gezinsvoogd heeft via de rechter toestemming gekregen om beslissingen te nemen over het kind. Ook zonder toestemming van de ouders.

Voogdij

Ouders kunnen ook uit hun gezag worden ontheven of ontzet, door de rechter. Als zij echt niet in staat zijn om een kind goed op te voeden. Het kind krijgt dan via de rechter een voogd toegewezen. De voogd kan een medewerker zijn van Bureau Jeugdzorg. Deze voogd is voor onbepaalde tijd verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van het kind. Het kind gaat ergens anders wonen, bijvoorbeeld in een pleeggezin of in een tehuis. De voogdij houdt op zodra het kind achttien jaar oud is.

Banner Over BJZNH